Haar handen gaan snel.
En haar gedachten
gaan nog sneller.
Er is geen tijd te
verliezen.
De woorden van de
knecht die net bij haar binnen kwam klinken nog in haar oren:
‘U moet handelen
mevrouw. Anders zijn we allemaal ten dode opgeschreven.
Ik kom bij u, want
met uw man valt niet te praten.’
Omdat de situatie
ernstig is, durft ze niets aan haar personeel over te laten.
Ze regelt alles
zelf. Snel, maar ook rustig.
Ze denkt snel: wat
zullen zeshonderd uitgehongerde mannen nodig hebben?
Hoe kan ze zorgen
dat ze worden verzadigd en gelaafd?
Brood en vlees. Maar
ook rozijnenkoeken en vijgen. Wijn.
Ze wil goed voor
deze mannen zorgen en ze wil hen ook gunstig stemmen.
‘Ga maar vast voor
me uit.’ zegt ze tegen de knechten. ‘Ik kom achter jullie aan.’
Dat is slim. Nu
kunnen haar geschenken hun werk alvast doen,
voordat zij arriveert.
Tegen Nabal zegt ze
niets. Hij zou het toch niet vatten, zo dronken als hij is.
Nabal is rijk. Hij
bezit drieduizend schapen en duizend geiten.
Het schaap scheren is
gedaan en nu heeft hij de scheerders een maaltijd
aangeboden.
De luidruchtigste
tijdens deze maaltijd is Nabal zelf.
Zijn naam betekent dwaas. En dat
is hij.
Hij is een lompe,
onhandelbare man. Er valt geen gesprek met hem te voeren.
David en zijn mannen
hebben de schaapherders van Nabal beschermd
tegen rovers. En nu
hebben ze hem gevraagd om proviand.
Niet brutaal, maar heel
bescheiden juist.
Maar Nabals reactie
is grof. Beledigend zelfs.
‘Ik weet niet eens
waar je vandaan komt.’ briest hij.
‘Waarom zou ik dan
mijn brood met jou delen?’
Nabal behandeld
David als een onbelangrijke man.
Iemand met wie je
geen rekening hoeft te houden.
Terwijl David juist
zo geliefd is onder zijn volk.
David kan het niet
hebben.
De man die zo rustig bleef na alle aanvallen van koning Saul,
die zo stil bleef onder het spotten van Goliath; hij wordt zo boos.
Hij verzamelt vierhonderd mannen en gaat op weg naar Nabal
om wraak
te nemen.
Intussen zit Abigaïl
op haar ezel en is ze op weg gegaan.
Ze is een waardige
vrouw. Nederig genoeg om te luisteren naar haar knecht
en moedig
genoeg om een boze David het hoofd te bieden.
Haar huwelijk zal
verre van makkelijk geweest zijn.
En dit is ook niet de eerste keer
dat ze de brokken die haar man maakt
probeert te lijmen. Dat blijkt
wel als ze bij David aan komt.
‘Het is allemaal
mijn schuld mijn heer,’ zegt ze, ‘ik heb de mannen die u hebt
gestuurd niet gezien.’
Met andere woorden;
als dat wel zo geweest was had ik er wel voor gezorgd
dat deze
ellende voorkomen werd.
De manier waarop
Abigaïl handelt is heel tactisch, maar ook groots.
Want ze draagt de
schuld die eigenlijk haar man betreft.
Ze vraagt geen vergeving voor
haar man, maar voor zichzelf.
Zodra ze David ziet
werpt ze zichzelf voor hem op de grond. Uit respect.
De man die door
haar man werd afgewezen, word door haar geëerd als
de aanstaande
koning van Israel, als een dienstknecht van God.
De man aan wie Nabal
nog geen water wilde verspillen, krijgt van Abigaïl
wijn te drinken.
Abigaïl heeft geen
tijd gehad om lang over haar acties en woorden na te denken.
Daarom
zien we hier een vrouw zonder franje of opsmuk.
Als je in een crisis
situatie terecht komt, wordt alles wat niet onlosmakelijk
van jouzelf
is los gerukt. Je eerste reactie laat dan zien wie je werkelijk bent.
Bij Abigaïl laat
dit zien dat ze zicht heeft op God.
Ze huivert voor Zijn heiligheid
en heeft Hem lief boven alles.
Ze gelooft met heel haar hart dat God
David gezegend en uitgekozen heeft.
Ze ziet dat de God Die zij vreest
hem koning wil maken en daarom voelt ze
liefde voor David. Zuiver,
oprecht en spontaan. Daarbij klaagt ze niet.
Ze is helemaal niet met
zichzelf bezig.
Hoewel Abigaïl
bezig is om haar man en huisgenoten te redden wordt ze
gedreven door
een dieper motief. Niet haar man en huisgenoten lopen het
grootste
gevaar, maar David zelf. Hij staat op het punt een misdrijf te
plegen
waar hij later spijt van zal krijgen.
Iets wat onherstelbaar
zal zijn als hij het door zet.
Abigail wijst David
op Gods genade waarin hij zich mag verheugen.
Ze laat hem opnieuw
zijn speciale bescherming zien.
Ze attendeert hem op zijn
bevoorrechte toekomst als koning over Israel.
Als hij Nabal
ombrengt zal er voor altijd een bloedschuld op zijn naam rusten.
Oh ja, God zal Nabal
straffen voor zijn onbeschoftheid ten opzichte van David.
Maar daar heeft Hij
David niet voor nodig.
Abigail is
God-gericht. Hij staat centraal in haar gedachten en in haar daden.
Ze denkt aan wat
voor David het beste is.
En David krijgt God
weer in het vizier, die hem via Abigaïl voor deze
misstap behoedt.
Door Abigaïls
wijsheid en inzicht in deze moeilijke situatie,
krijgt David de kans
om te blijven wie hij is in Gods ogen: de man naar Zijn hart.