woensdag 13 april 2022

De enige hoop

 

Jezus zag Hem liggen: Hij wist hoe lang hij al ziek was

en zei tegen Hem: ‘Wilt u gezond worden?’

Johannes 5:6 –


38 jaar lang hopen op een wonder.

38 jaar lang staren naar het water.

Anderen het water zien bereiken.

Zelf niet van je plaats af kunnen komen.

38 jaar teleurstelling.


En dan komt Jezus.

En Hij vraagt of je gezond wilt worden.

Je blik, die almaar staarde naar het water omdat dat je enige hoop nog was,

wordt getrokken door vriendelijke ogen. Door milde handen en een warme stem.


Een stem die zegt:

Ik weet dat je alles kwijt bent geraakt.

Jij denkt dat het water je enige hoop nog is.

Maar je enige hoop; dat ben Ik.

Durf je het water los te laten

en je blik te richten op Mij.

Wil je dat?

Wil je gezond worden?


Oh Heere, leer mij steeds meer mijn blik af te wenden

van wat ik denk dat hoop geeft

en mijn ogen te richten op U.

U geeft leven in overvloed.

 


 

woensdag 6 april 2022

Gods stem

Want de Heere berispt wie hij liefheeft.

Hebreeën 12:6 –


God verlangt er naar dat wij Zijn stem horen.

Waarom wil Hij dat?

Hij kent ons door en door.

Hij weet van onze onrust. Dat we ons zo vaak opgejaagd voelen.

Hij weet hoe moeilijk we het vinden om alles aan Hem over te geven.

Om te zeggen: Ik kan het niet, doet U het maar.

Hij kent onze trots.

En toch heeft Hij ons lief. Toch reikt Zijn genade hoger dan de sterren.

Toch strekt Hij Zich altijd weer naar ons uit.

Zijn zachte stem brengt ons tot rust en geeft ons vrede.

Dat wil God aan ons, Zijn kinderen geven in een wereld

die zoveel onrust geeft

en vrede rooft.


Wat God tegen ons wil zeggen,

zorgt ervoor dat ons hart sneller gaat kloppen.

Zijn woorden zorgen ervoor dat we tranen in onze ogen krijgen.


Maar voordat ik leerde om Gods stem te horen,

moest ik van een heleboel achtergrondgeluiden af.

Allerlei overtuigingen bijvoorbeeld, die niet strookten met wie God werkelijk is.

Ik moest ze afleggen.

Mijn drang om bezig te zijn vóór God, in plaats van te zijn bíj God.

Ik moest het afleren.

Minder moeten en meer ont-moeten.

God wilde dat ik dat onder de knie ging krijgen.


Zo snoeit Hij nog elke dag.

Zo leer ik ook nog elke dag.

Want wat zit er vaak nog veel trots in mijn persoon.

Wat wil ik graag zelf nog dingen aandragen.

Wat wil ik graag alles onder controle houden.

Zo creëer ik steeds mijn eigen achtergrond geluiden.

En hoor en zie ik niet wie God echt wil zijn.


God vraagt om dat alles af te leggen bij het kruis.

Net zo lang tot er nog maar één ding overblijft: God Zelf.


Hij brengt elk stemmetje in mij tot zwijgen.

Omdat Hij zoveel van me houdt.

Omdat Hij me wil dragen boven alles uit.

Omdat Hij wil dat ik mijn hoofd in vrede neer kan leggen.

Omdat Hij mij liefheeft…

Daarom.







woensdag 23 februari 2022

ABIGAIL – De vrouw die Gods eer zocht

Haar handen gaan snel.

En haar gedachten gaan nog sneller.

Er is geen tijd te verliezen.

De woorden van de knecht die net bij haar binnen kwam klinken nog in haar oren:

‘U moet handelen mevrouw. Anders zijn we allemaal ten dode opgeschreven.

Ik kom bij u, want met uw man valt niet te praten.’


Omdat de situatie ernstig is, durft ze niets aan haar personeel over te laten.

Ze regelt alles zelf. Snel, maar ook rustig.

Ze denkt snel: wat zullen zeshonderd uitgehongerde mannen nodig hebben?

Hoe kan ze zorgen dat ze worden verzadigd en gelaafd?

Brood en vlees. Maar ook rozijnenkoeken en vijgen. Wijn.

Ze wil goed voor deze mannen zorgen en ze wil hen ook gunstig stemmen.

‘Ga maar vast voor me uit.’ zegt ze tegen de knechten. ‘Ik kom achter jullie aan.’

Dat is slim. Nu kunnen haar geschenken hun werk alvast doen, 

voordat zij arriveert.


Tegen Nabal zegt ze niets. Hij zou het toch niet vatten, zo dronken als hij is.

Nabal is rijk. Hij bezit drieduizend schapen en duizend geiten. 

Het schaap scheren is gedaan en nu heeft hij de scheerders een maaltijd 

aangeboden.

De luidruchtigste tijdens deze maaltijd is Nabal zelf. 

Zijn naam betekent dwaas. En dat is hij.

Hij is een lompe, onhandelbare man. Er valt geen gesprek met hem te voeren.


David en zijn mannen hebben de schaapherders van Nabal beschermd 

tegen rovers. En nu hebben ze hem gevraagd om proviand. 

Niet brutaal, maar heel bescheiden juist.

Maar Nabals reactie is grof. Beledigend zelfs.

‘Ik weet niet eens waar je vandaan komt.’ briest hij.

‘Waarom zou ik dan mijn brood met jou delen?’

Nabal behandeld David als een onbelangrijke man.

Iemand met wie je geen rekening hoeft te houden.

Terwijl David juist zo geliefd is onder zijn volk.


David kan het niet hebben. 

De man die zo rustig bleef na alle aanvallen van koning Saul, 

die zo stil bleef onder het spotten van Goliath; hij wordt zo boos. 

Hij verzamelt vierhonderd mannen en gaat op weg naar Nabal 

om wraak te nemen.


Intussen zit Abigaïl op haar ezel en is ze op weg gegaan.

Ze is een waardige vrouw. Nederig genoeg om te luisteren naar haar knecht 

en moedig genoeg om een boze David het hoofd te bieden.

Haar huwelijk zal verre van makkelijk geweest zijn. 

En dit is ook niet de eerste keer dat ze de brokken die haar man maakt 

probeert te lijmen. Dat blijkt wel als ze bij David aan komt.

‘Het is allemaal mijn schuld mijn heer,’ zegt ze, ‘ik heb de mannen die u hebt 

gestuurd niet gezien.’

Met andere woorden; als dat wel zo geweest was had ik er wel voor gezorgd 

dat deze ellende voorkomen werd.


De manier waarop Abigaïl handelt is heel tactisch, maar ook groots. 

Want ze draagt de schuld die eigenlijk haar man betreft. 

Ze vraagt geen vergeving voor haar man, maar voor zichzelf.

Zodra ze David ziet werpt ze zichzelf voor hem op de grond. Uit respect. 

De man die door haar man werd afgewezen, word door haar geëerd als 

de aanstaande koning van Israel, als een dienstknecht van God. 

De man aan wie Nabal nog geen water wilde verspillen, krijgt van Abigaïl 

wijn te drinken.

Abigaïl heeft geen tijd gehad om lang over haar acties en woorden na te denken. 

Daarom zien we hier een vrouw zonder franje of opsmuk. 

Als je in een crisis situatie terecht komt, wordt alles wat niet onlosmakelijk 

van jouzelf is los gerukt. Je eerste reactie laat dan zien wie je werkelijk bent.


Bij Abigaïl laat dit zien dat ze zicht heeft op God. 

Ze huivert voor Zijn heiligheid en heeft Hem lief boven alles. 

Ze gelooft met heel haar hart dat God David gezegend en uitgekozen heeft. 

Ze ziet dat de God Die zij vreest hem koning wil maken en daarom voelt ze 

liefde voor David. Zuiver, oprecht en spontaan. Daarbij klaagt ze niet. 

Ze is helemaal niet met zichzelf bezig.


Hoewel Abigaïl bezig is om haar man en huisgenoten te redden wordt ze

gedreven door een dieper motief. Niet haar man en huisgenoten lopen het 

grootste gevaar, maar David zelf. Hij staat op het punt een misdrijf te plegen 

waar hij later spijt van zal krijgen. 

Iets wat onherstelbaar zal zijn als hij het door zet.

Abigail wijst David op Gods genade waarin hij zich mag verheugen. 

Ze laat hem opnieuw zijn speciale bescherming zien. 

Ze attendeert hem op zijn bevoorrechte toekomst als koning over Israel.

Als hij Nabal ombrengt zal er voor altijd een bloedschuld op zijn naam rusten.

Oh ja, God zal Nabal straffen voor zijn onbeschoftheid ten opzichte van David.

Maar daar heeft Hij David niet voor nodig.


Abigail is God-gericht. Hij staat centraal in haar gedachten en in haar daden.

Ze denkt aan wat voor David het beste is.

En David krijgt God weer in het vizier, die hem via Abigaïl voor deze 

misstap behoedt.

Door Abigaïls wijsheid en inzicht in deze moeilijke situatie, 

krijgt David de kans om te blijven wie hij is in Gods ogen: de man naar Zijn hart.

 


 

 

 

 

woensdag 26 januari 2022

RUTH – De vrouw die indruk maakte door de liefde die ze gaf

Ruth werkt hard door in de steeds heter wordende zon.

Ze leest aren.

Ze wil haar schoonmoeder, Naomi, verrassen met een flinke voorraad graan.

Als er een schaduw over haar heen valt en ze een vriendelijke stem hoort, kijkt ze op.

Ze ziet het gezicht van Boaz, de eigenaar van het land waarop ze werkt.

‘Ga niet naar een ander veld en ga ook niet hier vandaan, sluit je maar aan bij mijn werksters.

Ik heb de knechten gezegd dat ze je niet lastig mogen vallen en als je dorst hebt, 

mag je drinken van het water dat zij scheppen.’

Ruth is overrompeld. ‘Waarom bent u zo vriendelijk? 

Weet u niet dat ik helemaal niet uit uw land kom?’

Boaz weet dat wel. Hij heeft gehoord wat Ruth heeft gedaan voor Naomi.

‘De Heer zal je daarom zegenen Ruth. Je bent onder Zijn vleugels komen schuilen.’

Boaz zorgt voor haar en hij voorziet haar van genoeg te eten.

Hij begrijpt waarom ik naar dit land ben gekomen; denkt Ruth verrast.

Hij heeft gelijk, ik wil schuilen bij de God van Israël.

 

Ruth betekend ‘liefelijk om te zien, verkwikking.’

Ik denk niet dat Ruth zich ervan bewust was hoe goed deze naam bij haar past.

Vanaf het moment dat ze op het land van Boaz kwam is ze opgevallen.

Om haar bescheidenheid. Om haar ijver.

Ze is een verkwikking voor de mensen met wie ze in aanraking komt.

De mensen in Bethlehem praten over haar, een vreemdeling, die rust en waardigheid uitstraalt.

 

Als Ruth die avond aan Naomi verteld dat ze bij Boaz op het land is geweest en dat hij zo goed 

voor haar is geweest, krijgen we een kijkje in de leiding van God in het leven van Ruth.

Boaz is familie van Naomi. Hij vormt een band met het verleden.

Zou hij ook een brug gaan vormen naar de toekomst?

 

Ruth blijft op het land van Boaz werken totdat de gersteoogst en de tarweoogst voorbij zijn.

Het is de gewoonte dat dit met een overvloedige maaltijd wordt gevierd.

Boaz blijft die nacht op de dorsvloer, om te waken over zijn graan.

En dit is precies waarop Naomi heeft gewacht.

De joodse wet geeft een kinderloze weduwe het recht op een zwagerhuwelijk.

Dit was in de tijd van Mozes bepaald om het geslacht van de overledene in stand te houden,

maar ook om het familiebezit in hetzelfde geslacht te houden. Daarvoor is een losser nodig.

 

Naomi had daarnaast ook het geluk van Ruth voor ogen en ze zag duidelijk Gods leiding.

Hun aankomst in Bethlehem, precies aan het begin van de oogst. 

Het feit dat Ruth onbedoeld op het land van Boaz terecht kwam en de genegenheid die 

zij beiden voor elkaar voelen. Het lijken Gods aanwijzingen voor de toekomst.

 

‘Uw volk is mijn volk en Uw God is mijn God,’ had Ruth tegen Naomi gezegd toen ze uit 

Moab kwamen. En dus voegt Ruth zich naar de wetten van die God.

De God tot wie ze haar toevlucht had genomen zou over haar waken. Ze gaat in vertrouwen op Hem.

 

Die avond legt Ruth zich neer aan de voeten van Boaz. 

Opnieuw is ze getooid als een bruid voor haar man en ze wacht af.

Als Boaz rond middernacht wakker wordt, doet ze haar verhaal. 

In alle eenvoud, zonder omhaal van woorden. 

‘Op grond van Gods wet vraag ik of ik uw vrouw mag worden, want u bent mijn naaste familielid.’ 

zegt ze.

 

Boaz zegt ja. Hij zal de zaak voor Ruth regelen. Weer laat hij zijn zorg voor haar zien. 

Als hij haar vroeg in de morgen naar huis stuurt geeft hij haar zes maten gerst mee. 

Als onderpand van zijn ja-woord. Een voorproefje van haar bruidsgeschenk.

 

Boaz’ naam betekend kracht. En dat kenmerkt hem. Nog diezelfde dag regelt hij de zaak. 

Doortastend en correct. Zo wordt hij de wettige echtgenoot van Ruth.

Een vrouw die bewonderenswaardig is. Ze is moedig, want ze durfde haar vertrouwde heden 

in te ruilen voor een onbekende toekomst. Ze is dapper, ijverig, nederig en zuiver. 

Een vrouw die liefde geeft.

 

Anderhalve kilometer buiten Bethlehem ligt het veld van Boaz. 

Daarnaast ligt het veld van de herders, waar de engelen zongen.

‘Eer zij God in de hoge hemel en vrede op aarde aan de mensen die God lief heeft.’

God kiest de zoon van Ruth en Boaz uit om de voorvader te zijn van Jezus, de Messias.

Het verhaal van Ruth verbind joden en heidenen. Het werkt door in de geschiedenis. 

Zelfs vandaag nog.

 


 

donderdag 13 januari 2022

NAOMI – De weduwe die dacht aan het welzijn van de ander

Ontroerd kijkt ze naar het pasgeboren jongetje in haar armen.

Woorden schieten aan alle kanten tekort om haart dankbaarheid uit 

te kunnen drukken.

Obed, het kleine ventje. Zijn naam betekent: dienstknecht.

Naomi is de weduwe van Elimelech. Zijn naam betekent: mijn God is Koning.

Zonder woorden bidt ze:

dat die God, de Koning van Israël, koning in het leven van Obed mag zijn.

Met deze woorden komt een stroom van herinneringen op gang.


Ze ziet zichzelf weer weg gaan. Nu al zo lang geleden.

Samen met haar man en twee zoons. Vanuit Bethlehem in Juda naar Moab.

De hongersnood zorgde ervoor dat ze moesten vluchten.

Hoe moesten ze anders hun zonen voorzien van genoeg te eten?

Het moest, dachten ze; voor het welzijn van haar zoons.

In Moab zou het allemaal wel goed komen.

Maar hoe anders was het gelopen.

Ze hadden er nog maar heel kort gewoond toen Elimelech stierf.

De jongens trouwden in Moab met vreemde vrouwen: Orpa en Ruth.

Na een aantal jaren stierven ook haar twee jongens,

nog maar nauwelijks in de bloei van hun leven.


Wat was ze eenzaam geworden. Verstoken van haar thuisland.

Berooid van haar gezin. Verlaten van God. Vooral dat.

Hadden ze Hem te weinig betrokken bij hun vlucht naar dat heidense land?

Die gedachte knaagde aan haar.


Toen ze hoorde dat er weer eten was in Bethlehem, werd ze er van overtuigd

dat ze terug moest gaan. Daar hoorde ze immers.

Ruth was met haar mee gegaan.

‘Waar u heen gaat, zal ik heen gaan’ had ze gezegd.

‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.’


Die laatste woorden haakten zich diep in het hart van Naomi.

Ruth koos niet alleen voor haar schoonmoeder, 

maar ook voor de God van haar schoonmoeder.

Naomi had haar steeds verteld over God. 

En die woorden hadden vrucht gedragen.

Wat een genade!


De aankomst in Bethlehem werd een teleurstelling.

‘Is dát Naomi?’ werd er gezegd door de vrouwen daar.

In hun blikken had ze zichzelf gezien. 

Uitgeblust, met diepe groeven van verdriet in haar gezicht.

Een vrouw die geen vrolijkheid meer kende.

‘Noem me maar geen Naomi meer, noem me Mara’ had ze gezegd.

Bitter.

Zo voelde ze zich immers.

Helemaal niet liefelijk, de betekenis van de naam Naomi.


De schuld van die bitterheid had ze bij God gezocht. 

Hij had haar toch al die bitterheid aan gedaan?

‘Vol ben ik heen gegaan, leeg heeft de Here mij doen terug keren.’

Dat ze zelf Gods weg had verlaten, door naar het heidense Moab te gaan, 

daarover durfde ze niet na te denken.

En dat ze niet leeg was terug gekomen, omdat Ruth haar lot wilde delen, 

ging ook aan haar voorbij.

Pas later ontdekte ze hoe God haar gezegend had. In hoe Ruth voor haar zorgde.

In hoe God hun leven leidde door hen in contact te brengen met Boaz.

Toen Naomi dat ging zien, ging ze ook geloven dat God Ruth 

opnieuw een man wilde geven.

Deze Boaz had Ruth lief gekregen en was met haar getrouwd.

Het resultaat van dat huwelijk was de kleine jongen op haar schoot.

En ook al heeft dit kind geen druppel bloed van haar in zijn aderen,

toch omarmt ze hem als haar eigen kleinzoon.

Wat is ze dankbaar!

De toekomst ziet er mooi uit voor Naomi.

Ze is niet eenzaam meer.


Ruth voor wie ze steeds liefdevol het beste heeft gezocht, 

laat Naomi voor haar kindje zorgen.

Naomi wordt weer opnieuw de lieflijke.

De Mara-periode ligt achter haar.


‘Geprezen zij de Heere’ hadden de buurvrouwen gezegd toen Obed was geboren.

Die woorden zijn haar uit het hart gegrepen.

Ondanks tegenslagen, ondanks verdriet, ondanks haar falen. 

God is goed voor haar geweest.

Hoe goed? Dat weet ze zelf nog niet eens.

Dat het kereltje op haar schoot een bijzondere schakel in de geschiedenis 

van haar volk zal worden, dat kan ze nog niet weten.

Dat hij de opa van Israëls meest geliefde koning, David, zal zijn, weet ze niet.

En dat met David de geboorte van de Messias weer wat dichterbij komt, ook niet.

Dat haar leven dus betrokken is in het plan van God om een Verlosser naar de 

wereld te sturen, ze kan het in de verste verte niet vermoeden.

Naomi, die dacht aan het welzijn van de ander.




woensdag 1 december 2021

JOCHEBED – Een vrouw die verdriet leerde te zien als een vriend

De schreeuw van het nog maar pas geboren kind snerpt door het huis.

Jochebed laat zich vermoeid achterover zakken.

Haar hart vol van dankbaarheid en moedergeluk.

Ze heeft opnieuw een kind ter wereld gebracht.

Jehova, Zijn Naam zij geprezen.


‘Wat is het?’ vraagt ze met spanning in haar stem.

De vroedvrouw draalt met het antwoord. Er ligt angst in haar ogen.

Er klinkt medelijden door in haar zachte stem.

‘Een jongen’ fluistert ze, en ze zucht diep.

‘Mag ik hem?’ 

weet Jochebed uit te brengen terwijl een diepe pijn haar hart verscheurd.


Zodra het kindje in haar hunkerende armen wordt gelegd, 

dringt een diep besef zich aan haar op:

dit kind heeft op een bijzondere manier te maken met God.

God heeft een plan met dit kleine jongetje.

Ondanks de gruwelijke plannen van de farao,

die alle jongetjes in de Nijl laat verdrinken omdat hij bang is dat het volk

Israël te groot wordt.

Ze weet nog niet welk plan God heeft, maar ze besluit om voor het leven

van dit kindje te vechten.

Niet verdriet gaat de boventoon voeren in haar hart, 

maar vertrouwen op God.


Jochebed heeft de antenne van haar geloof afgestemd op God.

Daarmee vangt ze Zijn boodschap op en raakt innerlijk overtuigd 

van dingen die nu nog verborgen zijn.

God staat op het punt iets groots te doen.

Voor Zijn volk. En zij, Jochebed, wordt ingeschakeld.


Haar geloof geeft haar de kracht om het gebod van de farao te trotseren.

Ze gehoorzaamt aan iets veel hogers. God!

In die gehoorzaamheid verbergt ze het kind.

Haar drijfveer, nog meer dan de liefde voor haar kind,

is haar liefde voor God.


In de maanden na de geboorte van haar kind vechten onzekerheid 

en geloof om de voorrang.

Het wordt steeds moeilijker om het kindje te verbergen. Dat geeft spanning.

Maar er is ook geloof. Geloof wat groeit.

Dat geeft Jochebed moed.

Dat geloof maakt haar ook vindingrijk.


Het plan wat Jochebed maakt is mooi van eenvoud. Voor de hand liggend.

Een biezen mandje, omgetoverd tot een kleine boot. Gemaakt van papyrusriet.

Daar hebben krokodillen geen interesse in. En bedekt met pek.

Om het kind te beschermen tegen het water.

Het is een samenspel van God in de hemel en Jochebed hier op aarde.


De moeilijkheden verlammen Jochebed niet.

Integendeel, haar beproevingen zorgen voor een weg waar geen weg was

en openen zo een deur naar iets veel groters.

Haar zorgen, ze worden haar vrienden.


Als Jochebed het mandje in de Nijl zet,

geeft ze de hele zaak letterlijk uit handen.

Het lot van haar kleine jongetje ligt nu helemaal in de handen van God.

Mirjam, de zus van het kleine jongetje, draagt de zelfde rust en eenvoud in zich

als haar moeder.

Wanneer de prinses het jongetje vindt,

is het Mirjam die vraagt of ze een Hebreeuwse vrouw mag zoeken

om dit kleine ventje te voeden.


Zo mag Jochebed tóch voor haar kindje zorgen. Onbedreigd!

Bij zijn eigen moeder wordt Mozes voorbereid op de taak die God 

voor hem heeft bestemd.

De enkele jaren dat hij bij haar mag zijn bepalen zijn verdere leven.

Haar geloof, haar God, ze worden hem vertrouwd.

De tradities van zijn eigen volk, de kennis en de liefde van God,

maken een onuitwisbare indruk op zijn kinderziel.

Daarbij vallen alle aantrekkelijkheden van het leven in het paleis van de farao 

in het niet.

Als Mozes een man geworden is, gaat het lijden van zijn volk hem aan het hart.

Hij laat de rijkdom van Egypte achter zich en ontwikkelt zich tot een 

man van geloof.

Iemand die dagelijks leeft met de onzichtbare God, alsof hij Hem ziet.

Hij wordt een vriend van God.


Jochebed betekent: God is haar glorie.

In haar werden de woorden die Jakobus vele jaren later opschreef werkelijkheid.


Wees blij, broeders en zusters,

als je geloof door allerlei moeilijkheden

op de proef wordt gesteld.

Want daardoor zul je leren geduld te hebben.

Zo zal je geloof sterker worden en je zult

een volwassen geloof krijgen.

Daardoor zul je het goede doen.

Jakobus 1:2,3 en 4 –

 


 



Stoppen met hozen