donderdag 25 augustus 2016

Gekend


Deze week liep ik met een lieve vriendin door het tuincentrum.
Door de zomerperiode hadden we elkaar langere tijd niet gesproken en het
was heerlijk om zo al slenterend langs planten en bloemen bij te kletsen.
Mijn vriendin zocht wat nieuw groen voor in haar huis.
Aangekomen bij de binnenplanten bestudeerden we samen de kaartjes die in de planten waren geprikt.
Kan niet in de volle zon.
Behoefte een schaduwrijke plaats.
Kan zelfs de volle zon verdragen.
Op deze manier konden we precies de juiste plant voor het juiste plekje kiezen.



Toen ik hier vanmorgen nog eens over na liep te denken, bedacht ik me hoe handig het zou zijn als wij, als mensen ook van die kaartjes bij ons zouden dragen.
Zodat we na een blik op dat kaartje precies zouden weten wat die ander nodig heeft.
Voor mijn kinderen bijvoorbeeld, zou ik dat best eens handig vinden.
Ik pedagoochel er heel vaak maar wat op los, en heel vaak komt het vanzelf allemaal wel weer goed. Maar er zijn ook genoeg momenten op te noemen waarin ik de plank volledig missla.
Of voor die vriendin die het zo moeilijk heeft. Wat zou ze nodig hebben?
Ik kan mezelf soms zo machteloos voelen. Wat zou het fijn zijn als ik precies zou weten wat ze nodig had.

We dragen allemaal een plaats in ons hart mee, waar niemand bij kan.
Een plaats waar verdriet of blijdschap opgeborgen zijn. De dingen waar geen woorden voor te vinden zijn. Verlangens die niemand ooit zal kennen, omdat ze niet uit te drukken zijn.

We denken vaak dat we die ander wel kunnen begrijpen.
Of we oordelen, zonder dat we die ander volledig kennen.

‘Alleen je eigen hart kent je diepste verdriet,
in je vreugde kan niemand delen.’
Spreuken 14:10

Ik heb me best vaak alleen gevoeld.
Omdat ik zo graag dat diepste van mezelf met iemand wilde delen.
Altijd kwam ik er weer achter dat dat niet lukte.
Omdat ik de woorden niet kon vinden, of omdat de ander me verkeerd begreep.

Ik denk eigenlijk dat God ons niet per ongeluk een plaats heeft gegeven waar woorden altijd tekort zullen schieten. Volgens mij deed Hij dat, zodat we altijd bij Hem uit zullen komen.
Hij kent ook dat diepste, verborgen plekje. Hij heeft ons tenslotte zelf gemaakt.
Bij Hem zijn woorden niet nodig. Hij doorgrondt ons hart en koestert het.
Alles wat in voor ons zo ongrijpbaar is in het leven, is voor Hem glashelder.
Hij houdt, om het bij de planten te houden, de kaartjes van ons hart in Zijn hand.
Hij weet precies wat we nodig hebben, wat onze diepste verlangens zijn.
En Hij wil ons daarmee verzadigen.
Als we het maar zoeken bij Hem en leren ons hoofd op Zijn borst te leggen en Zijn hart te horen,
wat vol liefde klopt voor jou, voor mij en voor ons allemaal.
Dat is de plaats waar Hij ons hebben wil.
En daarom zijn woorden soms op. Daarom vallen we soms stil.
Zodat Zijn hart tot ons spreken kan.

maandag 6 juni 2016

Aangeraakt


Ik weet dat Hij er is. Dat weet ik al zolang.

Ik heb verhalen gehoord over mensen die genezen werden

en ik heb stilletjes geluisterd.

Hij moet de beloofde Messias zijn.



Ik ben zo moe. De jaren van ziek zijn hebben me uitgeput.

Ik zie geen uitweg meer, dan naar Hem toe te gaan.

Al zou ik Hem maar even aan kunnen raken, dan zou ik genezen zijn.

Dat geloof ik.

Als ik mijn weg vind, dwars door mijn wanhoop, naar Hem toe,

dan zal Zijn Liefde mijn ziel genezen.



Ik zoek mijn weg, dwars door de mensen heen.

Schuld en schaamte drukken zwaar op me.

Maar hoe dichter ik bij Hem kom, hoe meer ik naar Hem verlang.

Ik steek mijn hand uit, en raak de zoom van Zijn kleed aan.



Hij draait Zich om, en kijkt me aan.

Ik buig beschaamd mijn hoofd en angst beklemd mijn hart.

Maar de blik in Zijn ogen maakt dat ik Hem alles vertel.

Mijn pijn, mijn verdriet, mijn angst, mijn eenzaamheid.

Hoe ik mij een weg geworsteld heb naar Hem toe 

en hoe mijn aanraking me genas.

Hoe Zijn liefdevolle blik me raakte.



Dan klinken Zijn woorden.

Woorden die een weg zoeken naar mijn verwonde hart,

waardoor ik zeker mag weten dat ik genezen ben.

Hij baande Zichzelf een weg door mijn wanhoop,

en Hij maakte mij heel.



– Naar lukas 8:42-48 – 






dinsdag 24 mei 2016

God heelt met goud

Thuis roept een gevoel van warmte en geborgenheid op. Een plek om tot rust te komen. Vanuit je huis onderneem je en trek je de wereld in op weg naar werk, school of vrijetijdsbesteding. Maar wat als dat alles niet zo vanzelfsprekend is en je door omstandigheden gebonden bent aan huis? Dan heeft thuis ineens een heel ander gevoel. Dan kom je in een worsteling tot "acceptatie" die niet zomaar vorm te geven is. In dit interview het verhaal van Mariska Jongebreur die deze manier van thuis doorleeft en vorm probeert te geven. 


Waarom is thuis dubbel voor jou?
Ik heb last van lichamelijke beperkingen. Een zwakke rug en een motorische beperking door zuurstofgebrek bij mijn geboorte. Daardoor heb ik last van spasmen. Dat uit zich vooral dat letterlijk alles meer energie kost. Ik heb dit jarenlang kunnen negeren. Doordat het zoveel energie kost zijn de spieren in mijn rug overbelast geraakt en kunnen het niet meer opvangen. Zelfs zitten kost energie door de pijn in mijn rug. Ik hoop door meer rust dat de spieren in mijn rug zich zullen herstellen. Dat zorgt ervoor dat ik veel thuis ben om vooral ook de zorg voor de kinderen en het huis aan te kunnen. 


Heb je rust met het "thuiszijn" of loop je tegen jezelf aan?
Zelfs in huis ga ik nog zorgen dat mijn huis er netjes uit ziet. Of ik ga me erop richten dat ik voor extra gezond eten zorg. Er is een soort drang om voor mijn gevoel iets zinvols te doen. Tenminste, ik hang er het label zinvol aan. De maatschappij zit anders in elkaar en ik heb het gevoel dat ze mijn leven niet als zinvol ziet. 


Is dat wat de maatschappij je vertelt of voel je dat zo?
Ja, ik denk het wel. Ik zie het gewoon anders om me heen. Als je zo moet leven als ik ben je een uitzondering op de regel. Het zet me aan het denken; de vraag of ik het mezelf aanpraat. Ik denk het niet. Mensen die mij niet kennen geven wel degelijk een oordeel. Gesprekken zijn vaak gericht of de vraag; "wat doe je?". Als ik dan zeg, dat ik thuis ben bij de kinderen komt de vraag; "wat doe je dan nog meer?". Het voelt of ik me daarin moet verdedigen.


Wat is thuis voor jouw?
In het aardse gezien is het mijn thuis hier. Ik denk dat God wel duidelijk gemaakt heeft dat dit mijn plek is. In de zorg voor mijn kinderen en de zorg voor Maarten. Acceptatie is moeilijk maar God heeft me duidelijk gemaakt dit is genoeg. Dit heb ik jou gegeven en hier mag jij zorg voor dragen, dit is jou plek. Als ik daarover nadenk dan kan ik het accepteren. Efraïm is nu negen dus daar heb ik negen jaar over gedaan. De gedachten van thuis zijn en niet werken brachten mij tot het gevoel nog vrijwilligers werk te moeten doen of op schoolveel doen maar dat kan ik ook niet. Ik heb het wel geprobeerd maar het gaat niet.


Hoe ben je tot acceptatie gekomen?
Dat heeft ook te maken met dat verdedigen. Je kijkt om je heen en het lijkt net of heel de wereld bezig is en jij kan daar niet aan mee doen. Het maakt dat je je afgesneden voelt. Dat zorgt voor die gigantische "put" waar je in terecht komt. Ik heb nu ontdekt dat ik dan niet op hoef te klimmen naar God. Dat is me beter voordoen, ook naar God, over hoe ik me voel op dat moment. Maar ik mag Hem uitnodigen waar ik me op dat moment bevind. Dan laat God mij daar, op dat moment, zien hoe geliefd ik ben. Ik denk dat dat die rots is waar ik op kan gaan staan (zie uitleg tekening Psalm 27:5).


Zou je God op die manier hebben leren kennen als je gezond zou zijn?
Er zijn veel mensen die zeggen; "Je moet naar een genezingsdienst". Er is dan altijd iets dat me tegenhoudt. Ik had God nooit zo leren kennen als ik dit niet had gehad en zou dat niet willen missen. Hoe moeilijk het ook is, het zorgt ervoor dat ik God ken zoals ik Hem ken.


Nu je zover gekomen bent, wil je daar nu dan wel verder in zoeken?
Ja, ik zou dit nog niet willen missen maar dat punt zit er wel aan te komen. Ik ben er niet gericht naar op zoek. Ik denk dat God die weg met mij gaat maar dat ik het niet hoef te zoeken. Hij zal me duidelijk maken waar Hij me naartoe wil leiden. Het komt ook omdat ik niet de energie heb om er naar op zoek te gaan. Bovendien zou ik de teleurstelling niet aan kunnen denk ik.


Hoe zie jij de toekomst en het proces waar je in zit?
Ik heb er vertouwen in dat God die weg verder gaat. Ik hoef niet meer op zoek naar Zijn plan met mijn leven bijvoorbeeld want ik ben er van overtuigd dat Hij die weg wel met mij gaat. Het Hem zoeken en dicht bij Hem zijn is ook een stuk invulling van mijn dag. Zonder dat zou ik de dag minder goed doorkomen. Het lukt niet altijd door de vermoeidheid of de dingen die er spelen. Vanochtend wist ik bijvoorbeeld dat jij zou komen en dan lukt het niet. Dan is er al teveel onrust in de dag. Dit interview vergt genoeg van mijn energie en daar heb ik de rest van de dag last van. Maar ik voel me daar niet schuldig over. Dat zou ook kunnen maar ik geniet vooral van de tijd die ik wel met Hem heb.


Met Pasen hebben we in de kerk een schoteltje gekregen. De barsten waren symbolisch met goudlijm gelijmd. In al die gebrokenheid, want zo voelt het gewoon wel, ervaar ik dat God het met goud heelt en daar nog mee bezig is. Er zat een gedichtje bij dat zo goed bij mij paste.


Als manna in de woestijn
genoeg voor deze dag
niet minder dan nodig
niet meer dan ik mag
Zo leven uit uw hand
afhankelijk en klein
meer heb ik niet nodig
genoeg om te zijn.


Het klopt gewoon. Het is genoeg om te zijn. Meer is er niet nodig voor God! 


Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut in dagen van onheil. Hij verbergt mijn in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots. 


God verbergt je in Zijn hut, in Zijn huis in tijden van moeilijkheden. En ik merk vaak dat als ik dat toelaat en bij Hem schuil, dat Hij me inderdaad daarna weer op een rots zet om boven die moeilijkheden uit te stijgen.

donderdag 19 mei 2016

Puur


Het lukt me niet zo goed meer.
Schrijven bedoel ik.
Waar de schrijfsels een half jaar geleden zo het papier op leken te glijden,
moet ik nu moeite doen om zelfs maar te beginnen met schrijven.

Ik kan allerlei excuses verzinnen. Te moe, te druk, te veel aan mijn hoofd...
Maar ik weet dat het smoesjes zijn.
Diep van binnen weet ik wel wat het probleem is.
Ik wil niet schrijven om maar te schrijven.
Ik wil niet schrijven om maar gezien of gehoord te worden.
Ik wil alleen schrijven als ik echt een puur kan zijn.
Liever een keer per jaar een echt stukje, dan wekelijks iets wat ik mezelf op leg.
Iets wat door mezelf is gevormd.

Steeds weer is er die twijfel aan eigen kunnen.
En ik wacht op het moment dat ik mezelf weer vol overgave kan storten in de armen van Jezus.
Het moment dat ik het vertrouwen weer heb dat Hij met stukjes zal schrijven en ik het alleen maar uit hoef te typen.
Ik weet dat Hij wil werken. Ik weet dat Hij trouw is en mij wil gebruiken.
Ondanks...
Wat een genade is dat.

Daarom geef ik mezelf weer opnieuw over aan Hem en ik pak mijn pen weer op.
Niet om zelf maar weer aan de slag te gaan, maar om hem te laten gebruiken door Hem.

Ik zie mezelf zitten aan tafel, met Jezus achter me over me heen gebogen.
Mijn schrijvende hand, in Zijn hand...gestuurd door Hem.

Als we het zo weer gaan doen, komt het helemaal goed.





dinsdag 19 april 2016

Maaltijd


Zodra de zon opkomt
dekt U de tafel.

En al zou ik de enige zijn
die deel zou nemen aan de maaltijd
dan nog zou U het stralen witte
tafelkleed over
de tafel uitspreiden
en me uitnodigen:

'Kom! En eet...
Het voedsel dat ik opdien stilt de honger in jou hart.
Het stilt de honger naar de zin en het doel van het leven.
Je honger naar vergeving en naar een leven na de dood.
De drank die ik jou inschenk stilt de dorst in elk mensenhart.
Er is genoeg...'

Heer, vergeef me als ik te druk was met al mijn dagelijkse bezigheden.
Als ik te druk was met wat ik dacht dat belangrijk was.

Dank U dat U me laat halen uit de donkerste plaatsen,
waar gebrokenheid, pijn en verdriet lijken te overheersen.
Om me te plaatsen in het licht, Uw licht.
Om met mij de maaltijd te houden
en mij dag aan dag te verzadigen
met Uw Liefde.

Naar Lukas 14:15-24


zondag 20 maart 2016

Stille week


Stil zal ik zijn
in de dagen die komen.
Een stilte die ik nodig heb
om weer opnieuw
en nog dieper en intenser
te leren begrijpen waarom...

Stil wil ik staan
bij Uw lijden en sterven
Zodat ik dieper zal beseffen
Wie U bent
Wat U deed

Stil wil ik worden
om op die mooie zondag
opnieuw te ontdekken
dat de stilte werd opgeheven
en dat ik
voor eeuwig
mag juichen voor Uw troon
omdat U eerst jubelde over mij.
U heeft mij lief
en alleen daarom
ik U.

dinsdag 15 maart 2016

Met ziel en zaligheid



Met een knak kom ik tot stilstand.
Mijn hoofd hangt ergens op kniehoogte en de hand die op weg was om de rits van mijn schoen dicht te trekken, neem opeens een andere route en grijpt naar mijn rug.
Au!!!!
Hoe ik mijn schoen dicht heb gekregen is me onbekend, maar even later strompel ik naar school.
Mijn zoontje heeft een High Tea in de klas en ik kan het niet maken om weg te blijven.
Bezorgd denk ik alvast aan het weekend. We gaan naar de verjaardag van mijn vader, maar als mijn lijf nou zo blijft tegenstribbelen.

De dag erna word ik gedwongen tot rust. Alweer...
‘Ik word zo moe van dat geknok Heer’ bid ik.
‘En ik ben doodmoe van het bidden ook.’
Zo! Dan weet U dat.

Die zaterdag sta ik goed op. Ik verbaas me en we stappen in de auto richting Zeeland.
Het gaat de hele dag goed.
'Tja, je weet wel wanneer de pijn in je rug schiet, maar nooit wanneer hij besluit weer te vertrekken.' denk ik.

Zondag in de dienst. Een preek over je ziel. Mijn ziel....
Ik ren er het liefst aan voorbij de laatste tijd.
Maar God niet. God juist niet.
Hij blijft stil staan bij mijn ziel. En of het nou goed gaat of juist niet, Hij wil mij kennen.
Ik mag bij Hem klagen, aan Hem vragen en dan zal Hij me dragen.
Er worden diepten in mijn ziel geraakt waarvan ik niet eens wist dat ik ze had
en de tranen beginnen al snel te stromen.
Ik haat dat. Vooral ik de kerk waar iedereen om je heen zit en je kan zien.
Maar het is goed. Het werkt helend en het lucht op.

De afgelopen dagen is er steeds maar een zinnetje wat in me opkomt.
Ik wil je zo graag dichtbij me hebben. Jou. Met ziel en zaligheid.’

‘God, wat heb ik U lief. Help me geloven, vertrouwen.
Help me loven en prijzen.
Dwars door alle pijn heen.
Ik wil ook graag dichtbij U zijn.
En, o ja... bedankt dat ik zaterdag gewoon naar mijn vader kon.’


Stoppen met hozen