Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn tuin, Zijn tuin



Samen lopen we door de tuin. Hij en ik.
Nog niet zo lang geleden stond de tuin vol met van alles en nog wat.
Een chaos was het eigenlijk.
Sommige planten deden het best goed, anderen juist helemaal niet.
Wat was ik vaak aan het ploeteren in mijn tuin.
Planten die andere planten overwoekerden probeerde ik wanhopig op te binden.
Onkruid trok ik weg, waarna het vaak net zo hard weer terug kwam.
Planten die het helemaal niet goed deden probeerde ik een beetje te verstoppen.
Het leek misschien best wel wat, die tuin van mij, maar eigenlijk kwam ik er steeds meer achter dat ik helemaal niet zo goed tuinieren kan. Ik word er alleen maar heel moe van als ik zelf moet zorgen dat mijn tuin op orde blijft. Ik richt me op de planten die er mooi uitzien, en ondertussen vergeet ik aandacht te geven aan dat wat juist aandacht nodig heeft.


Als ik nu rond kijk in mijn tuin moet ik denken aan die tekst in genesis. 
Woest en leeg.
Er is maar weinig meer overgebleven van wat er allemaal ooit stond. 

O het heeft pijn gedaan.
Er zijn heel wat tranen gevloeid. 

Maar wat is het nu even fijn om in die lege tuin te wandelen.
‘We beginnen gewoon weer opnieuw!’ zegt Hij. ‘Wij samen!’


Hier en daar zie ik wat stenen liggen. Die moeten nog opgeruimd. De grond bewerken zeg maar. Een steen die perfectionisme heet. En eentje met de letters TROTS. Een grote steen met ongeloof. En die met angst is me bijna boven het hoofd gegroeid.
Wanneer ik ze zelf op probeer te pakken lukt dat helemaal niet. Veel te zwaar.
‘Doet U het maar’ verzucht ik. En zonder aarzelen pakt Hij die zware stenen op en draagt ze weg. Ver buiten mijn tuin.


 Hoe verder we de tuin in komen, hoe meer er wordt opgeruimd.
Hoe meer ik ook besef dat ik het niet ben die voor mijn tuin kan zorgen, maar Hij.
Wat vind ik het moeilijk om dat toe te laten. Maar wat lijkt het me ook heerlijk!
Dat er Iemand is Die voor je zorgt. Iemand die zo groot en machtig is.
Wat is de mens…
En toch zorgt Hij. Genade heet dat.


Ik denk dat Hij me heel vaak heeft zien ploeteren. Soms deden we het wel even samen, maar veel vaker zette ik Hem op een bankje bij de schutting en ging ik zelf aan de slag.
Ik klaagde en ik steunde hoe zwaar het wel niet was. Maar Hem uitnodigen om het werk van mij over te nemen, dat deed ik niet. Ik wilde zo graag zelf…


Pas hoorde ik een getuigenis van een man. Huilend vertelde hij dat ook hij het zo vaak zelf had willen doen. En dat hij ook zo moe was. Daarna zongen we psalm 103:2 en 6. Met de tranen in mijn ogen zong ik zachtjes mee:

Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven;
Uw krankheên kent en liefderijk geneest;
Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheên u kronen;
Die in den nood uw redder is geweest. 


Zo hoog Zijn troon moog' boven d' aarde wezen,
Zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen,
De gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan;
Zo ver het west verwijderd is van 't oosten,
Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten,
Van ons de schuld en zonden weggedaan.


‘Zeg’ hoor ik de stem van Hem die naast me loopt. Ik slik mijn tranen opnieuw weg nu ik terug denk aan die psalm en kijk naar Hem op. ‘Weet je nog dat je een paar maanden geleden vroeg hoe Ik jou zie? En dat je toen een witte bloem zag die langzaam uit de knop kwam?’

Ja ik weet het nog. Ik wist niet wat voor bloem het was, en ik was het beeld eigenlijk alweer een beetje vergeten. Maar nu denk ik opeens aan dat weekend van dat getuigenis. Ik had die week ervoor bloemen gekocht in de supermarkt. Maar toen ik ze nog eens goed bekeek bleken er beestjes in te zitten. Bang dat ik met een huis vol ongedierte zou komen te zitten, ging ik terug naar de kassa en ruilde mijn bos voor een bosje lelies die nog helemaal in de knop zaten.
Ik zette ze thuis in de vaas en wachtte vol spanning af. Maar er gebeurde de hele week niks. Omdat we dat weekend niet thuis zouden zijn twijfelde ik of ik ze weg zou gooien. Maar ik liet ze toch maar staan. Toen we na het weekend de deur van ons huis openden kwam een heerlijke, doordringende geur ons tegemoet. In de kamer stond een bos vol prachtige, witte bloemen.
Nu Hij naast me loopt en me herinnert aan het beeld van de bloem in de knop die Hij me een paar maanden geleden liet zien, moet ik hier weer aan denken.


We lopen inmiddels achter in mijn tuin. ‘Kijk daar’ wijst Hij naar een hoekje achterin.
Daar zie ik ze, precies die knoppen… lelies.
Verrukt kijk ik naar Hem op. Wat een belofte…

We gaan samen verder, zegt Hij.
Als je dicht bij Mij blijft, dan draag je veel vrucht.





Vrede vervult mijn hart.
Liefde stroomt bij mij binnen.
Jezus, U bent mijn kracht, o Heer.
U, de vreugde van mijn hart.

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Als er niets meer klopt...

Met een brede lach stond ze voor mijn deur.
‘Wat een prachtig stuk om te rijden zeg!’ zei ze.
En ze vertelde hoe ze had genoten van het rijden over dijk langs het water.
Naast haar stond haar zoontje. Een heerlijke peuter van toen drie jaar.
Voordat ik het wist liep ze naar boven met onze stofzuiger en nadat ze haar
haren had vastgezet met een klip ging ze aan de slag. 
Mijn hele huis werd schoon.
We dronken koffie in de tuin en ze verbaasde zich over de musjes die zo dichtbij kwamen.
Ze lapte mijn ramen en toen ze klaar was nam ze mijn handen in de hare en bad, voor mij en voor ons gezin. 
Wat was ik dankbaar dat zij deed wat ik niet kon, omdat mijn rug het af liet weten.
Wat was ik blij met haar oprechte lach en haar gebed. Het gaf me hoop op dat moment.

Vandaag is ze ziek. Heel erg ziek. Vorige week ontving ik het verpletterende bericht. Menselijk gezien kan ze niet meer beter worden. Soms zijn berichten te erg om in één keer tot je door te laten dringen.
Ik zat als verdoofd op de bank.
En in de…

Beginnen met rust

Drukke weken. Je kent ze vast wel. Dat je op zondagavond eigenlijk al weet dat je wallen aan het einde van de week op je knieën zullen hangen. Nog niet zo lang geleden had ik zo’n week. Bijna elke dag een afspraak, of iets anders leuks waar ik van vond dat ik er aan deel moest nemen. Tussen alle activiteiten door deed ik mijn best om rust te nemen, maar mijn hoofd draaide overuren. ‘Hoe plan ik dit en hoe regel ik dat? En wat eten we vanavond?’ Ondertussen waren er ook nog twee jongetjes die mijn aandacht vroegen en die vrijdag kroop ik tot op mijn botten vermoeid terug in bed nadat al mijn mannen de deur uit waren gegaan.
‘Ik ben zo vreselijk moe Heer’ bad ik nog terwijl mijn ogen langzaam dicht vielen. Ik sliep een paar uurtjes lekker bij. Eenmaal weer wakker en aangekleed zette ik koffie en sloeg mijn bijbel open bij het hoofdstuk waar ik de vorige dag gebleven was: Lukas 10.
Jezus is daar op bezoek bij Martha en Maria. Martha is druk bezig met dienen. Maria zit aan de voeten van haar…

Water in wijn

Inmiddels ben ik nu een aantal weken bezig met het revalidatie-traject waar ik na de zomervakantie aan zou beginnen. Als mensen aan me vragen hoe het ermee gaat vind ik dat lastig te beantwoorden. Het is vreselijk en het is prachtig tegelijk. Het doet pijn om in te zien dat bepaalde dingen niet (meer) kunnen. Het is afscheid nemen van verlangens en dromen die ik heb. In mijn hoofd wil ik nou eenmaal meer dan wat mijn lijf kan. Tegelijk merk ik dat er langzaam maar zeker een balans komt. Een weten: dit kan ik aan en het is genoeg. Omdat... omdat God blijkbaar niet meer van me vraagt dan dat.
Als er iets is wat ik in de afgelopen weken heb geleerd, is het dat prioriteiten stellen ontzettend belangrijk is. Juist omdat ik niet zoveel energie heb is het belangrijk om goed te bedenken waar ik mij energie aan wil geven. Daar heb ik de laatste weken veel over nagedacht en eigenlijk is er maar één ding wat overbleef. Namelijk: samenwerken met God.
Jezus zegt: neem Mijn juk op je en leer van Mij…