donderdag 22 juni 2017

Lijf


Vorige week zat ik bij de revalidatie-arts.
Er werd veel besproken, er werd onderzocht, er werd gehuild en gelachen.
Het was veel en het was heftig. De afgelopen dagen waren een emotionele achtbaan.
Om wat is geweest, om wat is en om wat nog gaat komen.
‘Je wordt in ieder geval niet van het kastje naar de muur gestuurd. God zorgt nu al!’ appte iemand me vanmorgen. Dat opende me opnieuw de ogen voor God, Die altijd zorgt.
Fijn, als mensen je daarop wijzen als je het zelf even niet ziet.

Er kwam een reeks van mogelijke behandelingen voorbij en daar mag ik nu uit gaan kiezen.
Een ding is me de afgelopen week wel duidelijk geworden: mijn lijf en ik, dat zijn niet de beste vrienden. Ik kan er niet mee, maar ik kan ook niet zonder. We zitten een beetje met elkaar opgescheept zeg maar. Meestal zit mijn lijf me alleen maar in de weg en ik ben er inmiddels een kei in geworden om mijn lijf domweg te negeren. En dat is iets, waar ik nu toch echt van af wil.
Want dat lijf, is geschapen door een liefdevolle God. Het is een geschenk van Hem aan mij.

Vandaag las ik een stukje uit het boek ‘Adem in, adem uit’
Ik deel het graag met jullie, want hier is het hoognodig tijd voor.

Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het. Ik heb je in de kou laten staan in plaats van je de warmte te geven die je zo nodig had.
Lief lijf, ik zal je weer behandelen naar hoe je bedoeld bent: als een tempel! 
(1 Korinthe 6:9)

En daar, lieve mensen, wil ik dus aan gaan werken.
Met vallen en opstaan, met een traan en met een lach.
Met mijn lieve echtgenoot en met al die andere lieve mensen om me heen.
Maar boven alles met mijn liefdevolle Vader!

donderdag 8 juni 2017

Opnieuw


‘Het lijkt wel of ik een kind hoor huilen...’
Lui pak ik de afstandbediening en zet het geluid van de tv zacht.
Ik hoor een hartverscheurend gehuil uit de kamer van onze jongste.

Ik loop naar zijn kamer en vraag wat er aan de hand is.
Snikkend en snotterend, hortend en stotend komt het verhaal naar buiten.
Pappa had gezegd dat hij absoluut niet meer mocht lezen toen hij op bed werd gelegd.
Maar steeds moest hij aan zijn boek denken en dan wilde hij toch zo graag lezen.
‘Maar ik wil gewoon naar jullie lui-hui-huisteren!!!!’

Mijn moederhart smelt.
Ik neem hem in mijn armen en draag hem naar ons grote bed.
Ik ga naast hem liggen en knuffel zijn tranen weg.
‘Weet je dat ik heel blij ben met jou...’ fluister ik.
‘Kom, dan bidden we nog samen en dan leggen we je boek even
helemaal weg en ga jij lekker slapen.’

De volgende morgen aan het ontbijt kijkt hij me stralend aan:
‘Weet je wat? Ik heb helemaal niet meer aan het boekje gedacht.
Ik dacht aan jou, en toen viel ik heerlijk in slaap.’


Ik ben er van overtuigd dat het met God net zo gaat.
Ik kan zo balen van mezelf.
Weer gefaald. Terwijl ik ook zo graag wil luisteren.
Wanhopig ren ik dan naar Hem toe.
Liefdevol vangt Hij me op en neemt mijn wanhoop weg.
‘Ik ben zo blij met jou. Kom dan beginnen we gewoon opnieuw!’ zegt Hij dan.
En als ik dan opnieuw begin denk ik niet meer aan mijn schuld,
maar aan Zijn Liefde, die mijn hart vult!


dinsdag 6 juni 2017

Thuis!


Stel je voor: je bent een kind wat meereist met het volk Israël.
Jullie hebben net de zee achter je gelaten waar de Egyptenaren zijn verslagen.
Wat een paniek was er uitgebroken toen bleek dat de farao jullie op de hielen zat.
Jullie konden geen kant op en je keek net als alle anderen radeloos om je heen.
Je hoorde je ouders schreeuwen: ‘Heeft Mozes wel enig idee waar hij mee bezig is?’
Je hart klopte zowat uit je borstkas, maar God deed een machtig wonder.
Hij maakte een pad, dwars door de zee!
Je zong en danste mee toen iedereen uitbundig de overwinning vierde.

En paar dagen later liep je achter je ouders aan door de hete woestijn.
De zon brandde heet op je hoofd en je voeten sleepten door het warme zand.
Je kreeg honger en je ouders ook. Je hoorde hen weer mopperen.
‘Waren we maar in Egypte gebleven!’
En toen was er opeens weer vlees in overvloed, een lekker zoet brood en koeken.
Dapper hielp je elke dag manna te verzamelen en opeens wordt het dan Sabbat.
Er ligt geen manna, dus op vrijdag moet er voor twee dagen gebakken worden.

En nu ben je weer verder getrokken met je ouders door de woestijn.
Je krijgt vreselijke dorst. Je vraagt water, maar je krijgt maar een klein slokje, want het is bijna op.
Je wordt moe en je begint te jammeren en je ouders klagen tegen Mozes en dan… Mozes slaat op de rots en het water bruist en kolkt eruit. Er is genoeg voor iedereen en jullie zakken worden weer gevuld.
Maar je hebt dit hoogtepunt nauwelijks verwerkt of je wordt door je ouders in paniek naar een andere plek gebracht want het kamp is aangevallen door de Amalekieten. Juist in het achterste gedeelte; daar waar de kinderen waren.
Jozua snelt met een aantal mannen dichterbij en jaagt de Amalakieten terug de bergen in. Die nacht slaap je bijna niet. Bang vraag je je af wat er nu gaat gebeuren. Mozes heeft het kamp verlaten en is naar de berg tegenover die van de Amalakieten gegaan. Als je die morgen het kleine beetje slaap wat je hebt gehad uit je ogen wrijft, zie je Mozes op de berg; zijn handen omhoog geheven naar God. Je hoort het vechten, maar je mag jezelf niet verroeren. Je beeft van angst, de strijd is zo dichtbij.

Herken je de angst? Herken je de wanhoop?
En dan opeens weer de hoop, omdat God laat zien hoe machtig Hij is.
Herken je de paniek die toe kan slaan als de strijd zo angstaanjagend dichtbij komt?
Vraag je jezelf ook wel eens af waar God mee bezig is?
In de wereld of misschien wel in je eigen leven?

Toen ik een paar weken geleden de verhalen in exodus las, werd ik er stil van.
Het is zo herkenbaar; die hoogtepunten, maar vooral ook die dieptepunten.
Hoop die oplaait, en hoop die weer vervliegt.
De vraag die steeds weer uit je hart opwelt: ‘God, waar bent U mee bezig?’

We vergeten zo vaak dat, ondanks dat de strijd zo voelbaar aanwezig is, de overwinning al is behaalt.
We beseffen niet dat wij, stuk voor stuk, deel uit maken van een groot wonder.
Het kind waar ik hiervoor over schreef, besefte dat net zo min. Hij of zij maakte onderdeel uit van een wonder zo groot, dat er eeuwen later nog over gesproken zou worden. Het was één van die 600.000 mensen die deel uitmaakten van het volk van God.
Ook jij en ik maken daar deel van uit. Alleen zien we het vaak niet, want we staan te dichtbij, we zitten er midden in.
Zie je nog, net als Mozes, dat de Heer je God is Die altijd weer voorziet?
Besef je dat de overwinning al is behaalt, op Golgotha?
Besef je dat God je op een dag thuis zal brengen in het beloofde land.
Ondanks alles. Ondanks de wanhoop, ondanks ons ongeloof, ons klagen en ons mopperen.
Hij brengt ons thuis! Wat een Liefde!
Dat is de hoop waaruit we mogen putten!
 


maandag 29 mei 2017

De goede kant op fantaseren




Ik weet niet zo goed wat het is vandaag. Hormonen, de warmte die al dagen aanhoudt en waar ik ziet zo goed mee om kan gaan, vermoeidheid… geeft het maar een naam.
In ieder geval redenen te over om alles aan te pakken om eens lekker te piekeren en dat doe ik dan ook veelvuldig.
‘Piekeren is de verkeerde kan op fantaseren.’ Je kent hem vast wel.
Maar het ontbreekt me aan de energie om mijn fantasie weer in de juiste richting te manoeuvreren.
De tranen lopen als vloeiende riviertjes over mijn wangen en ik kan het niet stoppen.
‘Dat is juist goed!’ zei een lieve, dierbare vriendin gisteren toen ik haar belde om te vertellen dat er geen ruimte en geen energie meer is om af te spreken. En ik moest er om huilen, ja.
Omdat we al weken af willen spreken, maar het lukt niet. ‘Tranen wassen je schoon!’ zei ze.
Dat zegt ze altijd; en ik weet dat het waar is.
Huilen helpt om emoties boven te laten komen waar je geen woorden voor hebt.

Ik zeg tegen mezelf dat het allemaal best goed zal komen.
Dat ik ooit zal leren om te leven in balans.
Dat ik ooit precies zal weten wat ik wel en niet kan en daar nog tevreden mee kan zijn ook. Ooit…
En ondertussen snotter ik net zo hard door.

Ik ga in de tuin zitten. Een musje hipt naar me toe en kijkt me eigenwijs aan.
Aan de waslijn hangt was te drogen. Dat heb ik toch al weer opgepakt vanmorgen.
Langzaam slik ik mijn koffie door en ik bedenk dat ik gisteren zo genoten heb van een paar uurtjes in Reeuwijk, terwijl de kinderen zich hebben vermaakt met zand en water.
Ik zie het boek liggen wat ik zaterdag in de bieb heb gehaald en ik neem me voor om vanmiddag eens heerlijk te gaan lezen.
In de ligstoel die kapot was en die de buurman zo lief weer voor me heeft gemaakt.
En weet je wat? Ik zet nog een kopje koffie.
Straks komen ze jongens weer thuis. We zullen een broodje eten aan de tuintafel en ze zullen me verhalen vertellen over school.
Ze zullen nog even spelen en dan weer naar school vertrekken.

Terwijl ik me probeer te focussen op wat ik allemaal heb en niet meer op wat er allemaal ontbreekt,
geloof ik zowaar dat het me gelukt is om mijn fantasie-trein een beetje om te keren in de juiste richting.

Ondertussen klinkt vanuit mijn cd-speler het lied:
‘God zal voor ons zorgen.’
Hij zal mij alles geven wat ik nodig heb.
Aan die hoop mag ik me vastklampen.
Dag in, dag uit.








donderdag 18 mei 2017

Een sprong in het diepe...



Tot nu toe schreef ik vaak over de dingen die ik met God beleef.
De ontdekkingen die ik doe in Zijn woord. En dat zal ik ook wel blijven doen.
Maar ik wil ook schrijven over iets anders.
Iets waar ik voor mijn gevoel midden in zit, maar ook nog voor sta.

Al langer loop ik een beetje te tobben met gezondheid, met mijn energie, met rugpijn.Soms gaat het even heel goed, en dan opeens is het weer mis. Dan lijk ik op een ballon die langzaam leeggelopen is. Geen muziek meer uit te krijgen.
Pas was dat weer zo. Ik was zo moe dat ik er zelfs van moest huilen.
Ik kon gewoonweg bijna niet meer.

Toen mailde een vriendin mij een site over Cerebrale Parese. Een beetje sceptisch begon ik met lezen, maar naarmate ik verder las, kwam er eigenlijk steeds meer herkenning.
Cerebrale parese, is een ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door motorische stoornissen (onder andere spasme en krampachtig bewegen). Deze stoornis ontstaat in het eerste jaar na de geboorte. Bij mij is het ontstaan door zuurstofgebrek tijdens de bevalling.

Het blijft gek dat ik tot het lezen van deze site nog nooit van deze term had gehoord.
Ik ben opgegroeid, heb gewoon mijn school af kunnen maken en ik heb er
eigenlijk nooit zo bij stil gestaan dat alles mij gewoon meer energie kost.
Als kind heb ik wel allerlei therapieën gevolgd, maar dat is toen ik ouder werd gestopt.
Naarmate ik ouder word, lijkt het wel of mijn energie steeds meer afneemt.
Ik kan zo moe zijn dat ik bijna geen stap meer kan verzetten.

Het lastige is, dat er met mijn hoofd weinig mis is. Dus met mijn hoofd zou ik veel meer willen en aan kunnen, dan lichamelijk.
Zorgen voor de kinderen, het huishouden, koken, lukt allemaal prima. Maar het is ook meer dan genoeg. Terwijl ik zo graag veel meer wil doen.

Via de huisarts heb ik nu een verwijzing naar een revalidatie arts gekregen en daar kan ik midden juni terecht. Op dit moment ben ik chronisch oververmoeid. Dat is behoorlijk pittig merk ik.
Vanmorgen ging ik schoenen kopen en toen ik af wilde rekenen bleek mijn portemonnee nog in de auto te liggen. Die stond best ver weg, dus ik moest even snel heen en weer lopen. Toen ik mijn schoenen eenmaal had afgerekend was ik te moe om nog even langs de Hema te gaan, al had ik dit wel gewild. Dat zijn lastige dingen.

Om hier allemaal mee om te leren gaan, ga ik dus naar die revalidatie arts.
En over dat proces wil ik af en toe wat posten. Eerst durfde ik dat helemaal niet goed.
Maar omdat ik merk dat ik wel bemoediging van mensen om me heen nodig heb, heb ik het toch gedaan. En omdat het me helpt om dingen te relativeren en op een rijtje te zetten. We houden de dingen tegenwoordig zo snel voor onszelf. We delen al het moois en het goeds, en dat waar we mee worstelen houden we maar achterwege. Ik zelf net zo goed.
Het makkelijkst lijkt om er voor weg te vluchten en gewoon maar door te gaan. Alles te blijven doen wat ik zo graag doe en ook en vooral mijn kinderen en mijn man al mijn energie te geven. Dat heb ik tenslotte altijd gedaan.
Maar het gaat niet meer, en daarom heb ik het nodig om een nieuwe balans te vinden en te ontdekken. Dat is een sprong in het diepe, maar wel een sprong waarvan ik weet dat God als een Vader voor mij zal zorgen. Ik ben kostbaar in Zijn ogen en misschien bracht hij dit juist daarom wel op mijn pad. Er zijn dagen bij dat die wetenschap helemaal naar de achtergrond is verdwenen. Omdat het leven zoveel vraagt en ik op standje overleven sta. En dan is het zo fijn om mensen om je heen te hebben die je er weer even op wijzen. Hij laat nooit alleen!



maandag 8 mei 2017

Vrees niet!



Even een dagje werken en dan nog heerlijk een lang weekend vrij. Dat dachten we. Maar om kwart over negen ging de telefoon.
‘Er is een ongeluk gebeurd.’ zei mijn man. ‘Voordat je het nieuws leest, wil ik je laten weten dat het goed gaat met mij.’


En toen begon het lange wachten. Ondertussen het nieuws volgend.
Wetend dat mijn man BHVer is en dat hem een lange en spannende dag te wachten stond.


En terwijl ik het nieuws volgde brokkelde stukje bij beetje mijn gevoel van veiligheid weg. Opeens komt het zo dichtbij.
Dat mensen blijkbaar zo diep kunnen zitten dat ze anderen iets aan willen doen.
En dat dan iemand waarvan je zoveel houdt daarbij betrokken is.

In de dagen na donderdag was er een groot gevoel van dankbaarheid.
Zo blij zijn dat we elkaar nog hebben. Dat we naast elkaar wakker worden.
Op veel dagen zo gewoon en nu opeens zo bijzonder.
Maar ook bidden voor de mensen die wel gewond zijn geraakt. 
En dan te bedenken dat mensen in veel grotere drama's terecht komen. 
Zomaar; van het ene op het andere moment.  

Gisterenavond vloog het me opeens zo aan. 
Vandaag zou iedereen zijn eigen weg weer gaan.
Maarten naar zijn werk. De jongens naar school.
Zouden ze ook allemaal gewoon weer veilig en gezond thuis komen?
De angst sloeg me om het hart en ik kreeg er buikpijn van.

‘Heer, bewaar hen, bewaar ons, maar geef me vooral opnieuw vertrouwen.
Maak me onbevangen als een kind.’

Vrees niet! Wees niet bang. Het staat er 365 keer. Voor jou!’ 

Klein geworden keerde de rust in mij weer.
‘God, U weet het hé?! U weet hoe bang wij kleine mensen kunnen zijn.
Bang voor het verleden dat ons achtervolgt. Bang voor wat er in het heden gebeurt. Bang voor wat de toekomst ons zal brengen. We zijn zelfs bang geworden voor elkaar.
Voor wat mensen ons aan kunnen doen.
En daarom gaf U ons die geruststelling.

Vrees niet! Twee woorden die elke dag weer klinken.
Vrees niet! Want Ik ben bij je!' 

'Heb je enig idee hoe groot Ik ben. Hoe machtig? Hoe vol Liefde?
Er is niet zomaar iemand bij je. Ik ben bij je!
Jouw Schepper! Ik, Die Mijn Zoon dood liet gaan, om jou het Leven te geven.
Wat er ook gebeurt, Ik zal jou nooit verlaten!’ 

Die wetenschap geeft rust en vrede,
vreugde en liefde in de meest moeilijke omstandigheden.
In Hem ben ik geborgen en veilig.
Altijd en overal!


donderdag 30 maart 2017

Vandaag


Er zijn dagen dat ik met blijdschap aan een nieuwe dag begin;
deze dag lukt me dat niet.
Er zijn dagen dat ik zing, om U te loven;
deze dag lukt dat niet.
Er zijn dagen dat ik geniet van al het moois dat me is gegeven;
deze dag lukt me dat niet.

Er zijn dagen dat ik ernaar verlang om in Uw Woord te lezen;
vandaag verlang ik daar eigenlijk helemaal niet naar.
Er zijn dagen dat ik het fijn vind om met U te praten;
vandaag ben ik eigenlijk liever stil en ga ik U liever uit de weg.

Er zijn dagen dat ik vol vertrouwen mijn stappen zet;
vandaag zet ik ze vol vertwijfeling en onzekerheid.

Er zijn dagen dat mijn hart samen met mijn mond kan belijden
dat U de Heer van mijn leven bent;
vandaag lukt dat alleen met mijn mond, en zegt mijn hart iets heel anders.

Er zijn dagen dat ik heel mijn leven aan U over wil geven;
vandaag probeer ik het liever allemaal zelf te doen, omdat ik moe ben.
Moe van het geloven;
moe van het vertrouwen;
moe van het strijden;
moe van al mijn inspanningen.

En er zijn dagen dat U mij opzoekt in mijn vertwijfeling en in mijn angst;
vandaag doet U dat.
Er zijn dagen dat U naast mijn uitgeputte lichaam komt zitten;
vandaag doet U dat.
Er zijn dagen dat U dwars door mijn eigen strijd heen prikt en zegt:
Wees nou eens stil, ik ben jouw God;
vandaag doet U dat.
Er Zijn dagen dat U mij Uw genade laat zien;
vandaag doet U dat. 

Er zijn dagen dat ik me besef dat ik alleen van die genade kan leven;
vandaag is zo'n dag.  
Er zijn dagen dat ik me besef dat hoe diep ik ook zal vallen, 
dat Uw armen altijd onder me zullen zijn;
vandaag is zo'n dag.
 
U bent er
en U zult er altijd zijn,
elke dag. 

Waar kan ik heen gaan
zonder dat u het merkt?
Waar kan ik heen vluchten
zonder dat u mij ziet?
Ik kan wel naar de hemel klimmen,
maar dan bent u daar.
Ik kan wel afdalen
naar het land van de dood,
maar daar bent u ook.
Ik kan naar de plaats gaan
waar de zon opkomt.
Ik kan naar de plaats gaan
waar de zon ondergaat.
Maar ook daar zal uw hand mij leiden,
ook daar houdt uw hand mij vast.



Psalm 139 –