woensdag 10 januari 2018

Alle dingen


Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. – Filippenzen 4:6

De afgelopen weken was ik veel bezig met deze tekst. En dan vooral met het woordje ‘alles’.
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar tot voor kort bracht ik lang niet ‘alles’ bij God.
Niet omdat ik het niet zou willen, maar meer omdat het totaal niet in me opkwam om dat te doen.

Natuurlijk zijn er wel de ‘grote dingen’ waar ik voor bad. De grote worstelingen, het grote lijden of juist mijn grote blijdschap. Dingen waarvan ik dacht dat God er wel iets mee zou kunnen misschien. De kleine dingen; die hield ik vooral bij mezelf. Die kon ik zelf best oplossen.
Maar ik heb inmiddels ontdekt dat de kleine dingen die ik zelf best op denk te kunnen lossen, vanzelf grote dingen kunnen worden.
Dingen die mijn vreugde en mijn vrede roven. Dingen die mijn hart en mijn gedachten gevangen houden in bezorgdheid en gepieker.

Er was iemand die me er op wees dat echt alles bij God gebracht mag worden. Alle dingen!
En ik ben het gaan doen.
Gisteren bijvoorbeeld; toen de huishoudelijke hulp al een kwartier te laat was en ik nog maar een paar minuten had voordat ik opgehaald zou worden. Ik voelde de vrede wegstromen. Of zeg maar gerust: de vrede was in één keer weg. Ik raakte gestrest.
Ik ben op de bank gaan zitten en bracht mijn gestreste gevoel bij de Heer.
En? Wat levert dat gestreste gevoel je nu op?’ vroeg Hij liefdevol.
Niets, behalve dan dat het me bakken energie kost.’ antwoordde ik terug.
En dus begon ik het rustig af te wachten. Mijn vrede kwam terug en vijf minuten later kwam de hulp aanfietsen. Ik kon haar nog net een glas drinken geven en vragen hoe haar vakantie was geweest en toen kwam de auto voorrijden die me op kwam halen. Precies getimed.
Of vanmorgen; toen mijn jongste zoontje compleet overstuur raakte door iets en mijn praten het alleen maar erger maakte. Ik bracht het in stilte bij de Heer en ik werd rustig. De vrede van God die alle verstand te boven gaat, beheerste mijn gedachten weer en ik zocht niet meer koortsachtig naar een oplossing. Die rust kwam blijkbaar over, want ook mijn zoontje werd al snel rustig.

Het gaat er volgens mij ook nog niet eens om dat de situatie van dat moment veranderd.
Soms gebeurt dat misschien, maar meestal niet.
Het gaat erom dat je God de heerschappij geeft, midden in de situatie.
Het gaat erom dat we leren erkennen dat we zonder Hem niets kunnen doen.
Onze afhankelijkheid van Hem is aanwezig in elk onderdeel van ons leven, tot in de kleinste details.
Dat weten en erkennen zorgt voor die vrede die elk verstand te boven gaat.

Wat een genade dat God zo betrokken wil zijn bij ons leven. Bij de grote dingen; maar juist ook bij de kleine. Verborgen aanwezig deelt Hij ons bestaan. Hij is en zal er altijd zijn om ons te helpen.

Heer, dat ik zomaar komen mag
met al mijn fouten, al mijn zonden.
Met al mijn pijn, met alle wonden
die niemand in mijn leven zag.

Heer, dat ik zomaar komen kan
met wat ik niemand durf te zeggen,
met wat ik niemand uit kan leggen,
U weet er immers alles van.

Heer, dat U mij in Christus ziet,
als had ik nimmer kwaad bedreven,.
Dat U mij in Uw gunst doet leven,
ik weet het, maar begrijp het niet.

(E.IJskes-Kooger)

vrijdag 22 december 2017

Stenen, zand en kiezels


De afgelopen dagen heb ik gebruikt om terug te blikken op het afgelopen jaar. Dit deed ik met het werkboekje ‘Terugblikken en vooruitkijken’ wat ik vond op de blog van Elise:

Het was fijn om eens stil te staan bij wat ik bijvoorbeeld heb geleerd in het afgelopen jaar.
Maar ook om na te denken over wat ik nou graag wil voor het komende jaar.
Wat zijn nou echt mijn dromen en verlangens en hoe zorg ik ervoor dat ik daar ook echt aan ga werken? De laatste tijd valt het me steeds meer op hoe ik in beslag genomen kan worden door dingen die heel veel tijd en energie kosten, maar die niks te maken hebben met het echte verlangen van mijn hart.
Er gaat bijvoorbeeld heel veel tijd zitten in appen, mailen of internetten en voordat ik het weet is de ochtend voorbij zonder dat ik bijvoorbeeld een poosje muziek heb gemaakt en gezongen, terwijl dat wel is wat ik graag wilde toen ik opstond.

In het werkboekje van Elise staat een glazen pot getekend.
De opdracht was om de pot eerst te vullen met grote stenen. De dingen die voor jou het allerbelangrijkst zijn. Waar wil jij je beste tijd in steken?
Tussen de grote stenen is er ruimte over voor kiezels. Dat zijn de dingen die ook belangrijk zijn, maar niet het allerbelangrijkst. Of dingen die je misschien niet zo graag doet, maar die wel moeten; de alledaagse dingen (het huishouden bijvoorbeeld.)
De ruimte die dan nog over blijft kan opgevuld worden met zand: dat wat helemaal niet zo belangrijk is. Dat waar je minder tijd aan wilt besteden of waar je misschien wel helemaal van af wilt.

Ik heb deze week mijn stenen, kiezels en zand in de pot getekend en het heeft me echt geholpen om duidelijk te krijgen wat mijn prioriteiten zijn.
Waar wil ik mijn eerste en mijn beste tijd in steken? Wat zijn mijn kiezels en hoeveel zand zit er eigenlijk in mijn pot?

Ik moet toegeven dat er heel veel zand in mijn pot zat. Mijn leven was wel gevuld, maar met heel veel dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn. Dat komt ook omdat ik vaak weinig energie heb en ik op dat soort momenten makkelijk naar mijn telefoon grijp.
Jullie zien ook dat mijn pot nog niet helemaal vol is. Dat kan ook niet omdat ik veel tijd nodig heb om te rusten en te herstellen van een activiteit.
Ik heb me voorgenomen om dan ook echt rust te nemen en mijn telefoon aan de kant te leggen. Rusten, stil zijn bij God en naar Hem luisteren. Zijn hart nog beter leren kennen.
Ik heb rust ook met potlood geschreven omdat ik de hoop heb dat ik ooit weer meer ruimte heb om activiteiten te doen; de dingen die God in mijn hart heeft gelegd. De werken die Hij voor mij heeft voorbereid. De dingen die Hem de eer geven. Want daar gaat het om: om de eer van mijn Schepper. Dat is het uiteindelijke doel van mijn leven.

Deze week hielp het denken aan deze pot me echt om de juiste keuzes te maken.
Ik heb bijvoorbeeld een lezing geluisterd, terwijl de WC toch echt een schoonmaakbeurt nodig had. Geen zorgen; die WC is ook schoon gemaakt. Maar waar geef ik mijn beste energie aan en wat vindt God belangrijk voor mij? Daar gaat het om!


maandag 18 december 2017

Bijbel

Met het boek onder je jas gestopt loop je naast me.
We zijn op weg naar je schoolvriend;
een jongetje wat vorig jaar uit Syrië kwam en nu bij jou in de klas zit.
 

Dit weekend bedacht je je opeens dat hij misschien wel helemaal geen bijbel heeft, en daarom wilde je hem er wel één geven.
Vanmorgen heb je het aan hem gevraagd, en hij wilde er wel graag één. 
Maar dan wel het liefst door de brievenbus en niet midden in de klas.

En nu gaan we dus samen naar zijn huis.
'Voor mijn vriend, van Mattanja'
heb je op het eerste blad geschreven.
Het is een bijbel met mooie plaatjes en korte verhaaltjes.
Dat is makkelijker om zelf te lezen.

'Het is net een beetje smokkelen hé mam.'
 

Aangekomen bel je aan en geeft de bijbel.
Twee donkere ogen stralen jou tegemoet. Wat is hij blij.


'Ik snap nu dat je van geven ook blij kunt worden.'
zeg je als we samen terug lopen.

'Ja, ik ook.' zeg ik.
 

Je laat me dingen doen die ik zelf nooit bedacht 
of misschien wel gedurfd zou hebben.




dinsdag 31 oktober 2017

God is goed (bij psalm 107)

Mijn God, wat bent U goed!
Mijn ziel looft Uw heilige naam.
Eeuwig is Uw trouw!
Laat mij altijd op die manier over U spreken.
Dat U goed bent!
Dat U mij hebt verlost!

Al zou ik dwalen door de woestijn,
lopen op een weg dwars door de wildernis,
al zou ik bijna omkomen van de honger
en bezwijken
omdat ik me zo verloren zou voelen.
Zodra mijn mond zich opent
en U aanroept
de levende God,
dan bent U daar.
U zou me bij de hand nemen,
en wegvoeren uit mijn verlorenheid.
U zou me brengen in een stad
waar ik veilig wonen kan.
U zou mijn dorstige ziel verzadigen,
mijn hongerende hart vervullen met Uw goedheid.
Mijn ziel looft Uw heilige naam
en verbaast zich over Uw wonderen.

Al zou ik zitten in de schaduw van de dood,
geketend door boeien van ellende,
omdat ik niet naar U geluisterd had.
omdat ik U afwees,
en mijn eigen weg wilde gaan.
Al zou ik gestruikeld zijn,
en er zou niemand zijn om mij te helpen.
Zodra mijn mond zich opent
en U aanroept
de levende God
dan bent U daar.
U zou me bij de hand nemen,
en wegvoeren uit de duisternis.
U zou de banden die mij vasthielden verscheuren.
U zou deuren voor mij openen
en mijn ketenen verbrijzelen.
Mijn ziel looft Uw heilige naam
en verbaast zich over Uw wonderen.

Al zou ik gekweld worden door ziekte,
en een afkeer hebben van het eten wat voor me stond.
Omdat ik mezelf over had gegeven aan de wereld en
alles wat zij verlangt.
Zodra mijn mond zich opent
en U aanroept
de levende God
dan bent U daar.
U zou me bij de hand nemen.
U zou maar een woord hoeven te spreken
en ik zou genezen zijn
en bevrijd van het graf.
Mijn ziel looft Uw heilige naam
en verbaast zich over Uw wonderen.

Al zou ik varen over de zee
en me verwonderen over de dingen die U doet
en over alles wat U hebt geschapen.
Al zou er dan een storm komen
met golven zo hoog als de hemel
en ik zou bijna bezwijken van angst
en wankelen als iemand die teveel gedronken heeft.
Al zou al mijn eigen wijsheid verloren gaan.
Zodra mijn mond zich opent
en U aanroept
de levende God
dan bent U daar.
U zou me bij de hand nemen,
en wegvoeren uit mijn angst.
Eén woord van U, en de storm zou gaan liggen.
U zou me brengen naar de veilige havens van Uw liefde.
Mijn ziel looft Uw heilige naam
en verbaast zich over Uw wonderen.

God en God alleen.
U redt mij, U bevrijdt mij.
Mijn ziel juicht om wie U bent.
Wie is wijs?
Niet deze wereld, niet alle deskundigen bij elkaar.
Maar de mens die U aan het werk ziet en ontdekt
dat U goed bent.

Geschreven bij Psalm 107








donderdag 28 september 2017

Water in wijn


Inmiddels ben ik nu een aantal weken bezig met het revalidatie-traject waar ik na de zomervakantie aan zou beginnen.
Als mensen aan me vragen hoe het ermee gaat vind ik dat lastig te beantwoorden.
Het is vreselijk en het is prachtig tegelijk.
Het doet pijn om in te zien dat bepaalde dingen niet (meer) kunnen. Het is afscheid nemen van verlangens en dromen die ik heb. In mijn hoofd wil ik nou eenmaal meer dan wat mijn lijf kan.
Tegelijk merk ik dat er langzaam maar zeker een balans komt.
Een weten: dit kan ik aan en het is genoeg.
Omdat... omdat God blijkbaar niet meer van me vraagt dan dat.

Als er iets is wat ik in de afgelopen weken heb geleerd, is het dat prioriteiten stellen ontzettend belangrijk is. Juist omdat ik niet zoveel energie heb is het belangrijk om goed te bedenken waar ik mij energie aan wil geven.
Daar heb ik de laatste weken veel over nagedacht en eigenlijk is er maar één ding wat overbleef.
Namelijk: samenwerken met God.

Jezus zegt: neem Mijn juk op je en leer van Mij.
Met andere woorden: Hij weet hoe het moet. Ik mag leren van Hem.
Daarom is het zo belangrijk om tijd met Hem door te brengen.
Om de dag met Hem te beginnen en Hem te zoeken.

Ik weet hoe weinig ik te bieden heb. Ik ben zwak, ik heb geen energie, ik weet niet hoe ik de dag door moet komen.
Daarom verbaas ik me erover dat Jezus altijd met mij wil samen werken.
Hij zegt Zelf: ‘Kom, als je vermoeid en belast bent.’
Hij nodigt mij uit, juist als ik moe ben. Juist als ik maar weinig te bieden heb.
Het weinige wat ik kan mag ik in Zijn handen leggen, en uitzien naar het onmogelijke wat Hij doet.

Toen Jezus op de bruiloft in Kana was, had Hij de gasten ook zonder water van wijn kunnen voorzien.
Maar Hij wilde samen werken en vroeg de bedienden om water te brengen.
Hij vraagt wat wij kunnen, niet meer.
Als ik mijn dag begin, kan het zomaar zijn dat ik niets meer aan te bieden heb dan een klein beetje water. Maar zodra ik het Hem aanbied, maakt Hij wijn. De allerbeste wijn.
Hoe mooi is dat!

Dit revalidatie traject is steeds meer afzien van mijn wil en van mijn verlangens. Dat doet pijn.
Ik ben zo geneigd om altijd te kijken naar wat mensen van mij verwachten, of naar wat ik vind dat ik zou moeten kunnen of doen.
Ik heb een beeld van mezelf gevormd waar ik helemaal niet aan kan voldoen.
Daar los van komen is niet makkelijk.
Maar in die pijn laat God me zien wat Hij wil. En dat is prachtig! Want dat is precies wat bij mij past. Met Hem bouw ik misschien geen grootse opzienbarende gebouwen van hout of stro.
En o, wat heb ik mijn energie daar vaak ingestoken.
Nee, met Hem bouw ik misschien aan kleine dingen, maar ze zijn van zilver en van goud, omdat Hij het grootste werk doet. En dat samen met mij. Is dat wat genade is?
Mijn leven aanbieden aan Hem, en samen werken met Hem; in mijn gezin, naar de mensen die ik ontmoet, in de gemeente; overal. Om Zijn wil te doen.
Ik merk dat daarnaar zoeken me vreugde geeft en een vrede, die mijn verstand te boven gaat.

donderdag 21 september 2017

De vreze des HEEREN


Gisteren was ik op school, om samen met andere moeders te bidden
voor de kinderen en de leerkrachten.
Het was de eerste keer dit jaar. Wat is het waardevol om dit te doen.
We delen dan ook iets wat je aangesproken heeft in de afgelopen tijd. Bijvoorbeeld een bijbeltekst, een overdenking, een lied of gedicht.

Dit keer was er een moeder die zo iets moois vertelde dat ik het graag met jullie wil delen.
Terwijl ze de eerste verzen uit het bijbelboek Spreuken voorlas,

had ze haar sleutelbos in haar handen. 
Aan deze sleutelbos hing een sleutelhanger en juist daar bleek het allemaal om te draaien.


Kinderen leren in de loop van hun leven allerlei dingen: Lopen, praten, schrijven, rekenen.
Maar ook dingen op sociaal vlak: omgaan met anderen, relaties leggen, enz.


De moeder hield de sleutelhanger omhoog waar houten kralen aan een rode draad waren geregen.

Die houten kralen staan voor alle dingen die onze kinderen leren terwijl ze opgroeien.






 
Onder aan de sleutelhanger was een paarse kraal geknoopt.
Die paarse kraal staan voor de vreze des HEEREN.


De vreze des HEEREN is het begin van alle wijsheid. 
- Spreuken 1:9 –


Dit betekent dus dat het allemaal begint bij het vrezen
van God. Het dienen van onze Schepper.
En het mooie daarvan is weer, dat het dienen van God
niet vraagt om een hoog IQ, maar om een hart dat is toegewijd aan Hem.




 
HEEREN is geschreven met hoofdletters, wat verwijst
naar de naam JHWH.
De Ik ben Die Ik ben.
De Ik zal er altijd zijn!
En dat is de rode draad door dit alles heen.
God zal er altijd zijn, bij elke stap die onze kinderen zetten.






Deze moeder had deze sleutelhanger altijd bij zich, om zichzelf eraan te
herinneren dat het dienen van God het belangrijkste voorbeeld was wat ze haar
kinderen kon geven.


Ik ga op zoek naar houten kralen, een paarse kraal en een rode draad.
Als herinnering!


      

maandag 18 september 2017

Als er niets meer klopt...

Met een brede lach stond ze voor mijn deur.
‘Wat een prachtig stuk om te rijden zeg!’ zei ze.
En ze vertelde hoe ze had genoten van het rijden over dijk langs het water.
Naast haar stond haar zoontje. Een heerlijke peuter van toen drie jaar.
Voordat ik het wist liep ze naar boven met onze stofzuiger en nadat ze haar
haren had vastgezet met een klip ging ze aan de slag. 
Mijn hele huis werd schoon.
We dronken koffie in de tuin en ze verbaasde zich over de musjes die zo dichtbij kwamen.
Ze lapte mijn ramen en toen ze klaar was nam ze mijn handen in de hare en bad, voor mij en voor ons gezin. 
Wat was ik dankbaar dat zij deed wat ik niet kon, omdat mijn rug het af liet weten.
Wat was ik blij met haar oprechte lach en haar gebed. Het gaf me hoop op dat moment.


Vandaag is ze ziek. Heel erg ziek. Vorige week ontving ik het verpletterende bericht. Menselijk gezien kan ze niet meer beter worden.
Soms zijn berichten te erg om in één keer tot je door te laten dringen.
Ik zat als verdoofd op de bank.
En in de dagen die volgden leek het net of de impact ervan stukje bij beetje mijn hart binnen sijpelde.
Ik huilde. Alles waar ik in geloof, klonk opeens zo kil en leeg.
Ik schreeuwde naar de hemel: ‘Hoe kunt U?’
Verdriet en woede vochten om de voorrang en langzaam werd mijn keel dicht
geknepen als ik dacht aan haar, en aan al die mensen die zo dicht om haar heen staan.
 
Afgelopen zondag, zag ik mijn zoontje zitten.
Bij zijn vader op schoot, zijn hoofd tegen de borst van mijn man.
Ik was moe van het bidden, van het nadenken en van het smeken.
Opeens, zag ik mezelf zo zitten, bij God op schoot, mijn hoofd tegen Zijn borst.
En ik moest denken aan het nieuwe lied van LEV:
‘Zelfs als er niets meer klopt, klopt het hart van God.’ 
(geschreven door Matthijn Buwalda)



Misschien wil God wel dat we Hem zo vertrouwen, dat we met al ons verdriet,
ons onbegrip, onze boosheid, onze gebalde vuisten en onze dichtgeknepen kelen, bij Hem durven te komen en op Zijn schoot klimmen.
Dat we ons hoofd tegen Zijn borst leggen en Zijn hart horen kloppen in een wereld waar niets meer klopt. Waar mensen ongeneeslijk ziek worden, waar orkanen de levens van duizenden mensen verwoesten en zo kan ik nog wel even door gaan.




De hemel huilt, om al dit verdriet.
Maar er is een hart dat altijd blijft kloppen.
God is niet bang voor onze tranen, voor ons schreeuwen, ons onbegrip.
Hij wil ons nieuwe adem geven als onze kelen dicht geknepen worden.
Hij vangt onze tranen in een kruik en telt ze.
Begrijpen… nee, dat niet.
Maar we mogen schuilen. Wij kleine mensen, bij die grote God.